Gereformeerde Kerk

Loenen aan de Vecht


WELKOM 

De kerkdienst is te volgen op kerkdienstgemist.nl


Gereformeerde kerk




Voorganger: Pastor W.F. Flantua, Loenen a/d Vecht




Mededelingen Ouderling van Dienst

Goedemorgen, gemeente, hartelijk welkom in deze dienst.
Fijn dat u met ons meeluistert en meekijkt, of op een later tijdstip met ons verbonden bent.

Vandaag gaat pastor Fred Flantua voor.
Aan het orgel zit Pieter Kaars
Diaken is Frits Overbeek
De techniek wordt verzorgd door Corrie Bootsma
Mijn naam is Harrie v.d. Laan, ik ben uw ouderling van dienst.

Volgende week zondag 10 juli gaat ds. R. Israëls uit Amsterdam  voor.

De bloemen van vandaag gaan met een hartelijke felicitaties naar Janneke en Minne van der Neut – Kolijn. Zij zijn 9 juli 40 jaar getrouwd.

Uw collectegeld wordt vandaag besteed aan KIA, Werelddiaconaat, India.
U kunt  uw collectebijdragen natuurlijk ook overmaken per bank.

Na de dienst wordt u allen hartelijk uitgenodigd voor een kopje koffie of thee in de consistorie.

Namens de kerkenraad wens ik u een mooi moment van samen verbonden zijn.

Kaarsen worden aangestoken

Stilte

Openingspsalm Ps. 100 : 1, 2 & 3

1.Juich Gode toe, bazuin en zing.
Treed nader tot gij Hem omringt,
gij aarde alom, zijn rijksdomein,
zult voor de Heer dienstvaardig zijn.

2.Roep uit met blijdschap: ‘God is Hij.

Hij schiep ons, Hem behoren wij,
zijn volk, de schapen die Hij hoedt
en als beminden weidt en voedt.’

3.Treed statig binnen door de poort.

Hier staat zijn troon, hier woont zijn Woord.
Hef hier voor God uw lofzang aan:
Gebenedijd zijn grote naam.

Votum & Groet

Zingen: Ps. 100 : 4

4.Want God is overstelpend goed,
die ons in vrede wonen doet.
Zijn goedheid is als morgendauw:
elk nieuw geslacht ervaart zijn trouw.

Zingen : “Klein Gloria”
1.Ere zij de Vader en de Zoon
en de heilige Geest,
als in den beginne,
nu en immer
en van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Amen.

Gebed

Zingen Ps. 89 : 1 & 7

1.Ik zal zo lang ik leef bezingen in mijn lied
des Heren milde gunst, het werk aan ons geschied.
Mijn mond verkondigt, Heer, aan komende geslachten
hoe Gij uw trouw betoont aan hen die U verwachten.
Uw goedertierenheid rijst op en gaat zich welven,
een altijd veilig huis, vast als de hemel zelve.

7.Hoe zalig is het volk dat U de lofzang zingt,

dat uitbreekt in gejuich als de bazuin weerklinkt.
Uw lichtend aangezicht zal altijd hen geleiden.
Zij zullen in uw naam zich dag aan dag verblijden,
zij gaan in vrede voort, zij wandelen voor uw ogen,
want uw rechtvaardigheid zal hen voorgoed verhogen.

Voorbereiding

Gebed bij openen van de Schrift

Schriftlezing:  Hooglied 4 : 16 – Hooglied 5 : 8

Beurtzang van bruid en bruidegom
Zij
16Ontwaak, noordenwind! Kom, zuidenwind!
Waai door mijn hof,
laat zijn balsems geuren.
Mijn lief moet in zijn hof komen,
laat hij daar zijn zoete vruchten proeven.
Hij
5/1Hier ben ik in mijn hof,
zusje, bruid van mij.
Ik pluk mijn mirre en mijn balsem,
ik eet mijn honing uit mijn honingraat,
ik drink mijn melk en mijn wijn.
Meisjes
Eet, vriend en vriendin!
Drink, en word dronken van liefde!
*
Zij
2Ik sliep, maar mijn hart was wakker.
Hoor! Mijn lief klopt aan!
‘Doe open, zusje, mijn vriendin,
mijn duif, mijn allermooiste.
Mijn hoofd is nat van de dauw,
mijn lokken vochtig van de nacht.’
3‘Maar ik heb mijn kleed al uitgedaan,
moet ik het weer aandoen?
En ik heb mijn voeten al gewassen,
moet ik ze weer vuilmaken?’
4Mijn lief stak zijn hand naar binnen,
een siddering trok door mij heen – om hem!
5Toen sprong ik op, ik ging hem opendoen.
Mijn handen dropen van mirre,
mirre vloeide van mijn vingers
op de grendel van de deur.
6En ik deed open voor mijn lief,
maar hij was weg,
mijn lief was weggegaan.
Een duizeling beving mij
toen ik zag dat hij er niet meer was.
Ik zocht hem, maar ik vond hem niet,
ik riep hem, maar hij antwoordde niet.
7De wachters vonden mij
op hun ronde door de stad.
Ze sloegen mij, ze verwondden mij,
ze rukten mij de sluier af,
de wachters van de muren.
8Ik bezweer je, meisjes van Jeruzalem,
als jullie mijn lief vinden,
wat zeggen jullie tegen hem?
Dat ik ziek van liefde ben.

Zingen: lied 518 : 1, 3 & 4
1.Hoe helder staat de morgenster,
en straalt mij tegen van zo ver,
de luister van mijn leven.
Kom tot mij, zoon van David, kom,
mijn koning en mijn bruidegom,
mijn hart wil ik U geven.
Lieflijk,
vriendelijk,
schoon en heerlijk,
zo begeerlijk,
mild in ’t geven,
stralend, vorstelijk verheven.

3.Gij schittert als een edelsteen,

mijn hart is vol van U alleen,
uw liefde doet mij leven.
Hoe groei ik in uw lichte schijn,
hoe bloei ik op daar ik mag zijn
een rank met U verweven.
Aan U
blijft nu
heel mijn leven
weggegeven,
om te ontvangen
U, mijn liefde, mijn verlangen.

4.Hoe liefelijk is uw gelaat;

als Gij uw ogen op mij slaat,
dan doet de vreugd mij beven.
Gij Jezus, zijt zo trouw en goed;
uw woord en geest, uw vlees en bloed,
zij zijn mijn ziel, mijn leven.
Heer des
hemels
laat, getrouwe,
mij aanschouwen
uw erbarmen.
Herder neem mij in uw armen.

Schriftlezing: Lucas 7 : 36 – Lucas 8 : 3
De liefde van een zondares
36Een van de farizeeën nodigde Hem uit om te komen eten, en toen Hij het huis van de farizeeër was binnengegaan, ging Hij aanliggen voor de maaltijd. 37Een vrouw die in de stad bekendstond als zondares had gehoord dat Hij bij de farizeeër thuis zou eten, en ze ging naar het huis met een albasten flesje met geurige olie. 38Ze ging achter Jezus staan, aan zijn voeteneinde; ze huilde en zijn voeten werden nat door haar tranen. Ze droogde ze met haar haar, kuste ze en zalfde ze met de olie. 39Toen de farizeeër die Hem had uitgenodigd dit zag, zei hij bij zichzelf: Als Hij een profeet was, zou Hij weten wie de vrouw is die Hem aanraakt, dat ze een zondares is. 40Maar Jezus zei tegen hem: ‘Simon, Ik heb je iets te zeggen.’ ‘Meester, spreek!’ zei hij. 41‘Er was eens een geldschieter die twee schuldenaars had: de een was hem vijfhonderd denarie schuldig, de ander vijftig. 42Omdat ze het geld niet konden terugbetalen, schold hij beiden hun schuld kwijt. Wie van de twee zal hem de meeste liefde betonen?’ 43Simon antwoordde: ‘Ik veronderstel degene aan wie hij het grootste bedrag heeft kwijtgescholden.’ Hij zei tegen hem: ‘Dat is juist geoordeeld.’ 44Toen draaide Hij zich om naar de vrouw en vroeg aan Simon: ‘Zie je deze vrouw? Ik ben in jouw huis te gast, en je hebt Me geen water voor mijn voeten gegeven; maar zij heeft met haar tranen mijn voeten natgemaakt en ze met haar haar afgedroogd. 45Jij hebt Me niet begroet met een kus; maar zij heeft, sinds Ik hier binnenkwam, onophoudelijk mijn voeten gekust. 46Jij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd; maar zij heeft met geurige olie mijn voeten gezalfd. 47Daarom zeg Ik je: haar zonden zijn haar vergeven, al waren het er vele, want ze heeft veel liefde betoond; maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig liefde.’ 

48Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ 49De andere gasten dachten bij zichzelf: Wie is Hij, dat Hij zelfs zonden vergeeft? 50Hij zei tegen de vrouw: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede.’

Verkondiging van het koninkrijk van God
8/1Kort daarop begon Hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden Hem, 2en ook enkele vrouwen die van kwade geesten en ziekten genezen waren: Maria van Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, 3Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna – en nog tal van andere vrouwen, die uit eigen middelen voor hen zorgden.

Zingen: Gez. 452
1   Verlosser, Vriend, o hoop, o lust
van die U kennen, neem het lied,
dat U in 't stof een sterv'ling biedt,
een zondaar, die uw voeten kust.
Een zondaar, een verlost', o Heer,
en nu geen zondaar meer.
O, neem het aan!
Gij laat geen bidder staan,
Gij hoort in hemelingen
verloste zondaars zingen.
O, neem het aan!

2   Bedreigt mij leed, ontmoet mij smart,

ik vrees geen kwaad, maar klaag het Hem.
Hoe groot in eer, Hij hoort mijn stem,
hoe ver van de aard, Hij kent mijn hart.
Gods zoon vergeet de broeder niet
die Hij op aarde liet.
Hij is mijn hoop.
Hij wies mij met zijn doop,
Hij geeft mij brood en beker,
'k ben van zijn liefde zeker.
Hij is mijn hoop!

3   Waar is een vreugd, een kalmt', een heil,

zo zalig, als dit hoogst genot?
Het vloeit uit God en keert tot God,
het heeft noch maat, noch perk, noch peil.
In Jezus is mijn zalig lot
verborgen bij mijn God.
Hij is mijn lust,
ook als mijn stof een rust.
O, prijst Hem, mijn gezangen!
Ik blijf zijn komst verlangen.
Hij is mijn lust!

Overdenking

Muzikaal intermezzo
(gelijk aansluitend) Zingen: Gez. 381 : 2, 4 & 5

2   Zodra ons oog het licht ontmoet
en ons gebed de Heer begroet,
weten wij zijn barmhartigheid
over ons leven nieuw gespreid.

4   Wij mogen leven door zijn kracht,

de taak door Hem ons toegedacht
volbrengend als een heerlijk blijk
van Christus' komend koninkrijk.

5   O Heer, die ons uw liefde geeft

waardoor 't geloof dit uitzicht heeft,
sta Gij ons bij en help ons dan
meer dan ons lied U vragen kan.

Mededeling DvD: 
Collecte KIA Werelddiaconaat India

meer informatie onder de link:


https://kerkinactie.protestantsekerk.nl/collecterooster/collecte-kerk-in-actie-2022-werelddiaconaat-india/





Dankgebed en Voorbede

Slotlied: (op de melodie van Gezang 301)

1.Zolang wij ademhalen
schept Gij in ons de kracht
om zingend te vertalen
waartoe wij zijn gedacht:
Elkaar zijn wij gegeven
tot kleur en samenklank.
De lofzang om het leven
geeft stem aan onze dank.

2.Al is mijn stem gebroken,

mijn adem zonder kracht,
Het lied op and’re lippen
draagt mij dan door de nacht.
Door ademnood bevangen
of in verdriet verstild:
het lied van Uw verlangen
heeft mij aan ’t licht getild.

3.Het donker kan verbleken

door psalmen in de nacht.
De muren kunnen vallen:
zingt dan uit volle macht!
God laat het nooit ontbreken
aan hemelhoog gezang,
waarvan de wijs ons tekent
dit lieve leven lang.

4.Ons lied wordt steeds gedragen

door vleugels van de hoop.
Het stijgt de angst te boven
om leven dat verloopt.
Het zingt van vergezichten,
het ademt van Uw Geest.
In ons gezang mag lichten
het komend bruiloftsfeest.

Wegzending en zegen met een gezongen AMEN.


Uitleidend orgelspel